Waarom ‘spelenderwijs leren’ neurologisch slimmer is dan oefenen
We zijn het ons vaak niet bewust, maar veel leren bij jonge kinderen gebeurt vaak niet door oefenen. Het gebeurt door spelen.
Toch denken we bij ontwikkeling nog vaak aan herhaling, instructie en ‘goed oefenen’. Begrijpelijk, zo hebben velen van ons het zelf geleerd. Maar neurologisch gezien werkt leren bij jonge kinderen fundamenteel anders.
Bij TremaKids kiezen we daarom bewust voor spelenderwijs leren. Niet omdat het leuker klinkt, maar omdat het beter aansluit bij hoe het kinderbrein zich ontwikkelt.
Het kinderbrein leert via beleving, niet via herhaling
Het brein van jonge kinderen is volop in ontwikkeling. Verbindingen tussen hersencellen worden voortdurend aangemaakt, versterkt of juist weer afgebroken. Dat gebeurt het sterkst wanneer leren:
- betekenisvol is
- gekoppeld is aan emotie
- plaatsvindt in beweging
- voortkomt uit nieuwsgierigheid
Oefenen zonder context, bijvoorbeeld iets herhalen omdat het ‘moet’, activeert het brein veel minder dan leren in spel. Bij spel worden meerdere hersengebieden tegelijk aangesproken: motoriek, emoties, sociale interactie en creativiteit. Dit zorgt voor diepere en duurzamere verbindingen.
Spelen activeert motivatie van binnenuit
Een belangrijk neurologisch verschil tussen oefenen en spelen zit in motivatie.
Bij oefenen:
- is de motivatie vaak extern (“je moet dit doen”)
- ligt de focus op het resultaat
- kan spanning of faalangst ontstaan
Bij spel:
- komt motivatie van binnenuit
- is het proces belangrijker dan de uitkomst
- ontstaat plezier en betrokkenheid
Wanneer een kind plezier ervaart, komt dopamine vrij in het brein. Deze stof speelt een sleutelrol bij leren, geheugen en motivatie. Spel maakt het brein letterlijk leerbereid.
Fouten maken hoort erbij (en dat is precies de bedoeling)
In spel is falen geen probleem. Een toren die omvalt, een regel die verandert of een plan dat niet lukt, hoort er allemaal bij. Juist in die momenten gebeurt er iets belangrijks in het brein. Wanneer iets niet meteen lukt, leert een kind flexibel denken, alternatieven zoeken, doorzetten en emoties reguleren. Neurologisch gezien is dit van grote waarde.
Bij oefenen ervaren kinderen fouten al snel als ‘niet goed’. In spel zijn fouten geen eindpunt, maar onderdeel van het proces. Dat maakt dat kinderen durven proberen, opnieuw beginnen en volhouden. Zo groeit niet alleen hun leervermogen, maar ook hun veerkracht en zelfvertrouwen, vaardigheden die hen hun hele leven ondersteunen.
Spel verbindt leren aan het lichaam
Het kinderbrein functioneert niet los van het lichaam. Leren gebeurt altijd in samenhang met bewegen, voelen en ervaren. Tijdens spel, waarin kinderen fysiek actief zijn, wordt het zenuwstelsel gestimuleerd, neemt de concentratie toe en worden taal- en rekenvaardigheden ondersteund. Beweging helpt kinderen bovendien om emoties te verwerken en te reguleren.
Daarom combineren wij leren bewust met sport & spel, muziek, dans, techniek en media. Kinderen leren niet alleen met hun hoofd, maar met hun hele lijf. Dat maakt leren natuurlijker, effectiever en betekenisvoller.
Veiligheid als voorwaarde voor leren
Een brein kan pas optimaal leren wanneer het zich veilig voelt. In een veilige speelomgeving durven kinderen initiatief te nemen, laten zij hun echte gedrag zien en experimenteren zij zonder angst om te falen. Die veiligheid is de basis voor groei en ontwikkeling.
Spelenderwijs leren vraagt daarom om pedagogische professionals die goed kijken, aansluiten bij wat een kind nodig heeft en ruimte geven zonder los te laten. Niet sturen, maar begeleiden. Zodat kinderen zichzelf kunnen zijn en zich van daaruit verder kunnen ontwikkelen.
Minder oefenen, meer begrijpen
Spelenderwijs leren betekent niet dat kinderen ‘maar wat doen’.
Integendeel.
Het betekent dat leren:
- aansluit bij de ontwikkelingsfase
- betekenis krijgt
- beklijft op de lange termijn
Kinderen die spelenderwijs leren, ontwikkelen niet alleen kennis, maar ook:
- zelfvertrouwen
- probleemoplossend vermogen
- sociale vaardigheden
- plezier in leren
En dat is neurologisch gezien misschien wel de grootste winst.
Slimmer leren begint met spelen
Als we willen dat kinderen zich gezond, veerkrachtig en evenwichtig ontwikkelen, vraagt dat om een andere kijk op leren. Dat betekent loslaten dat leren altijd strak, serieus of resultaatgericht moet zijn. Juist in de kinderopvang en op de BSO ligt de ruimte om leren anders vorm te geven, op een manier die past bij hoe het kinderbrein zich ontwikkelt.
In deze omgeving krijgen kinderen de ruimte om te ontdekken, te bewegen en te spelen in een veilige setting. Spel is hier geen pauze van leren, maar de kern ervan. Door spel, beweging en interactie leren kinderen wie ze zijn, hoe ze met anderen omgaan en hoe ze nieuwe uitdagingen aangaan. Dat maakt kinderopvang en BSO bij uitstek de plek waar leren en ontwikkelen natuurlijk ontstaat.








